zondag 22 maart 2020

Homeschooling 2020 - deel 1



Vorige week zat het er al aan te komen. De jongste was twee dagen ziek geweest, maar ook weer terug naar school gestuurd met een restje van een hoest. Na de maatregelen van donderdag bleef hij vrijdag toch maar weer thuis. Sinds maandag geldt dat voor allebei de jongens: de scholen in Nederland zijn dicht. Zelf mag ik niet meer reizen en ook het kantoor is nu op slot. Mijn vrouw kan vanwege Corona en ook andere dingen haar werk niet meer doen. En dus zitten we thuis en begeleiden we de jongens bij hun (t)huiswerk – zo goed en zo kwaad als dat kan.


Maandag was het moeilijk en onrustig. Zonder instructies en werk van school hebben we zelf maar een soort van programmaatje opgesteld. Lezen, rekenen, staal, maar ook lentekriebels en emoties – we hebben net de boeken van Stine Jensen in huis gehaald. Goede bedoelingen dus, maar ja, op maandagochtend deden die er nog niet zo toe. Herkenbaarheid, structuur en een prikkelarme omgeving, dat is wat de jongens nodig hebben en ‘willen’, maar in de nieuwe ‘thuisschool’ was dat niet zomaar gevonden of gemaakt. Pfoeh.

Op dinsdag kwam school A met werk voor de oudste: digitale oefenmodules in de ELO. Die waren binnen een dag al (bijna) gedaan, en verrieden een verbazend laag ambitieniveau. Ja, de jongen zit op so en heeft moeite met sommige dingen. Nee, hij zit niet op alle vlakken op een laag niveau, en thuis, in een rustige omgeving, gaat het met enige begeleiding best heel goed c.q. echt veel beter

Op woensdag konden we bij school B boeken en werkboeken ophalen, met instructies voor elke dag. De jongste klaagde op voorhand al dat hij die boeken niet zo zag zitten: heel erg saai... Inderdaad maakte hij al het opgegeven werk voor drie dagen binnen een paar uur bijna foutloos, en moesten we hem alsnog alle andere dagen met andere opdrachten aan de gang zien te houden. Eerlijkheidshalve: zogenoemd ‘pluswerk’  was er ook. Dat zijn opdrachten waarmee goede leerlingen in de regel ’geparkeerd’ worden om zelf hun eigen ‘ding’ te kunnen doen. Dat lukte de jongste soms wel, maar vaak ook niet, domweg doordat de instructie bij die taken vaag, onvolledig of ronduit foutief was. Verbijsterend wat commerciële partijen aan scholen aansmeren c.q. wat docenten leerlingen onbereflecteerd en onbegeleid laten doen, dat kan alleen maar tot frustratie leiden…

Vanaf woensdag zat het ritme en de structuur er goed in: van 08.30 tot 14.00 zijn de kids onder begeleiding bezig met hun schoolwerk c.q. doen wij met hen wat interessante inhoudelijke dansjes. Het lukte me in die dagen zowaar om ook wat focus te hebben op m’n eigen werkzaamheden. En dus stelden we vrijdag met het hele gezin vast dat het best een fijne week geweest was, waarin zowel wij als de jongens heel veel geleerd hebben: over seks, Engels, emoties, organisatie, Natuurkunde, didactiek, Geschiedenis, spelling, rekenen, Aardrijkskunde, enzovoorts. En we, met alle beperkingen, ook heel erg veel lol hebben beleefd aan het leren, lesgeven en op een kluitje leven.

Op de (social) media is er veel waardering voor docenten die hun werk in een paar dagen omgetoverd zouden hebben in (digitaal) afstandsonderwijs. Dat is vast terecht, maar zelf heb ik daar weinig c.q. niet de beste voorbeelden van gezien.  In mijn perspectief hebben we als gezin vooral zelf enorm hard de zeilen bij moeten zetten, en verduveld veel moeten overcompenseren voor wat de scholen van de jongens niet leveren. Ik weet dat ik nu klink als een ontevreden consument. Wat betreft school B is dat zeker zo: inspelen op de leerbehoeften van slimme kinderen lukt ze niet, en erg veel franje in het curriculum is er ook niet. Maar heel in het algemeen ben ik meer verwonderd dan chagrijnig en stel ik – bij wijze van hypothese – vast :

a) dat thuisonderwijs (deze eerste week) qua schools leren effectiever leek dan schools leren
b) dat dat niet alleen of zozeer het (afstands)onderwijsaanbod betreft, maar ook hetgeen ouders of verzorgers aan extra inspanningen willen bieden
c) dat afstandsonderwijs dus mogelijk leidt tot een verscherping van de kloof tussen kinderen van ouders met meer en minder hoge verwachtingen c.q. begeleidingsvaardigheden.

Over die laatste stelling was al discussie op verschillende kanalen. Ja, het is zeker belangrijk om de andere kant te zien en te benadrukken: er zullen heel veel ouders zijn die dit om verschillende redenen niet goed kunnen begeleiden. En ja, vooral voor kinderen in de knel wordt het allemaal nog een stukje knellender. Kunnen we daar niet een soort van actie voor op touw zetten? Hoogopgeleiden zonder of ná de kinderen die elk een kind met issues bij hen homeschoolen?

In de discussie bleek ook dat de opstelling van scholen nogal verschilt. Sommige kiezen ervoor – met het oog op ongelijkheid of om welke redenen dan ook – om de kinderen alleen nog maar te laten herhalen. Anderen gaan moedig voorwaarts met lesgeven, dus inclusief nieuwe stof. Als ouder zou ik optie 1 niet pikken (dat wil zeggen: ook niet volhouden), dus zou ik zelf gaan zorgen voor 2.  Maar hoe dan ook: het betekent mogelijk dat niet alleen de verschillen tussen leerlingen, maar ook de verschillen tussen scholen de komende weken zullen toenemen. Voer voor onderzoekers – en zorg voor ons allen.

wordt vervolgd.

vrijdag 14 februari 2020

Makelmakke


Ik verkoop m’n huis, en dat doe ik zelf. Vorige week  hield ik daarom twee dagen open huis. Strak pak, agressieve stropdas: het leek me wel goed om er als een makelaar uit te zien – of zoals ik denk dat makelaars er zoal uitzien. Dat wérkte, in de zin dat sommige mensen even dachten dat ik inderdaad een duurbetaalde stenendealer was. Dat werkte natuurlijk ook níet. Alle tips over het zelf verkopen van je huis heb in de wind geslagen, ik ben ik veel te aardig en veel te loslippig geweest. Niet zakelijk, niet handig, heel dom.


De allereerste gasten hadden zo’n overpriced makeltiepje meegenomen. Die kwam te laat, deed haar best onvriendelijk te zijn, en stelde tamelijk nutteloze vragen. Mocht van mij niet in kastjes kijken maar deed het toch – even had ik de neiging haar het huis uit te sodemieteren, maar ik kon me inhouden. Er waren op dat moment ook andere kijkers die wel heel aardig waren, dat hielp enorm voor de goeie focus.  Na afloop bleef de bitch buiten nog lang praten met haar klanten, nonchalant hangend tegen haar te dure auto. Serieuze kandidaten dus, maar wil ik eigenlijk wel dat zo’n makelaar door mij ook maar één Eurocent gaat verdienen??


Tot aan de laatste kijkers had ik daarna geen makelmakke meer – behalve met mezelf dus als parodie. Ik weet niet meer hoeveel mensen ik de handen geschud, door m’n huis geloodst heb. Bijna allemaal ontdooiden ze na een paar minuten, met bijna allemaal ontstond wel iets van een ‘klik’,  een gevoel van ja, jij bent best aardig, jij zou hier kunnen passen en gelukkig kunnen zijn. Dat, natuurlijk, is de reden waarom er makelaars zijn: om het contact, de emotie eruit te halen, het zakelijke voorrang te verlenen. Maar kan dat? Kan dat echt, bedoel ik? En is dat wenselijk bij zoiets wezenlijks als een woning?

Uilenbord op een Friese boerderij
De opstaande plank in het midden heet een 'makelaar'
 (en ja, de schuur van m'n nieuwe huis heeft zo'n ûleboerd)

Bij het allerlaatste paar zou er dus ook een verkoopmakelaar meekomen. Na twee dagen beleefd bezoek was het huis inmiddels niet zo fruitig meer, en waren alle huisdiertjes inmiddels ook weer thuis. (à propos huisdieren: poezen blijken toch een unique selling point….) Even probeerde ik me weer schrap te zetten: stropdas recht, stuurse blik. Dat was niet nodig, want deze makelmevrouw ging er heel anders in: ze deed erg haar best om haar klanten warm te krijgen voor mijn mooie huis. Dat was fijn maar had dan ook weer een ander effect: die klanten gingen met haar en met elkaar uitgebreid aan de praat over hoe ze dit en dat zus en zo zouden verbouwen en inrichten, alsof mijn huis al van hen was. Ho ho, ’t is nog steeds wel mijn huis!! Wonen is emotie…

Al bij al voelde het wel goed om de toko zónder makelaar te verkopen: liever meer zonnepanelen voor mij dan BMW’s voor hunnie. Maar ja, met een courant huis op een mooie plek, in hip Utrecht nota bene, heb ik natuurlijk makkelijk praten. Hypocriet voel ik me ook wel: ik heb het niet zo op het ongereguleerde marktgebeuren, ik vind de prijzen te hoog, het huizengedoe te hectisch. Evengoed ga ik nu - en laat ik ook de bewoners van mijn toekomstige huis - een flinke overwaarde genereren. Da’s mazzel, die ik maar moeilijk begrijpen en rechtvaardigen kan. Ik hou mezelf voor dat ik het stop in verduurzaming van de volgende hut, serieuze stappen naar een meter op de nul, maar of dat m’n geweten sussen kan? En dus troost ik me met het idee dat ik het toch lekker puh wel helemaal zelf gedaan heb, en ook zelf keuze heb bij het vinden van passende nieuwe eigenaren. Op basis van emotie, ja, en toch ook een beetje om de centen.

PS Inmiddels heb ik mensen ook heel erg moeten teleurstellen. Vond ik ook wel een dingetje. Daar moet je misschien toch wel up peu makelaarderig voor zijn.