donderdag 24 september 2020

Wie voor een dubbeltje geboren wordt ...

Wie voor een dubbeltje geboren wordt….


Tot aan de industriële revolutie – en ook nog wel een tijdje erna – was Nederland een standen-samenleving. Boeren, burgers en arbeiders gingen wel naar dezelfde kerk, maar leefden toch in gescheiden circuits, hielden er eigen omgangsvormen op na en touwden binnen de eigen kring. Sociale stijging, dat wil zeggen, een sprong van een lagere naar een hogere stand, was ongebruikelijk. Daling, daarentegen, kwam wel veel voor: een tijdje kon een verarmde heer of dame haar stand nog wel ophouden, maar omgangsvormen kostten geld en constante aandacht. Vooral vrouwen waren kwetsbaar; een scheve schaats dan wel een ‘moetje’ met de verkeerde man, zijn drankzucht of zijn vroege overlijden maakten dat zij soms snel aan stand en status inboetten. Maar toch gebeurde ook het omgekeerde wel, en dat niet alleen in sprookjes en in steden. Ook op het platteland, ja, ook in mijn nieuwe woonplaats, het ooit landelijke Zuidhorn, werd een dubbeltje heel af en toe een kwartje… 

Het bekendste voorbeeld daarvan in de geschiedenis van het dorp is Pieter Bindervoet (1769 – 1822), de vaandrig uit Leiden die de dochter van de Borgheer schaakt en in Zuidhorn vrederechter en Heer van Hanckema wordt. Maar zijn sprong is niet zo heel erg groot en zijn verhaal is ook al vaak genoeg verteld. Net zo interessant en zeker zo sappig is het verhaal van Antje Gerkes Lijfering (1795 – 1882). Zij klimt in de vroege 19e eeuw op van dienstmeid tot een Grote Dame en maakt, via haar kinderen, later ook andere armen rijk.

Antje Gerkes wordt tussen mei en augustus 1795[i] in de Hervormde Kerk van Zuidhorn gedoopt als dochter van Gerke Alberts uit Noordhorn (1773 – 1851) en Biewke Gerrits Nanninga uit Zuidhorn (1766 – 1832).[ii] Moeder Biewke is een dochter van schoolmeester Gerrit Nanninga (1715 - ?1790), en dus van een zekere stand.[iii] Maar in februari 1795 trouwt ze in allerijl met de jonge Gerke - een typisch geval van een ‘moetje’. Gerke is misschien in de verte verwant met de Lijferings, een rijk boerengeslacht in Zuidhorn, maar verdient zelf een schamele kost als dagloner. Stand en mogelijk ook schande maken dat hij, zijn vrouw en hun kinderen gedoemd lijken tot een eenvoudig bestaan.

Dochter Antje wordt dus, zoals het haar en haar zussen betaamt, dienstmeid of dienstmaagd, en  dat in huis bij Pieter Nanninga junior (1766 – 1819), arts te Zuidhorn en een volle neef van haar moeder [iv]. Lang voordat de damesbladen zouden lispelden over het ‘dienstbodenprobleem’ en de kuisheid van hun burgerzonen, gebeurde daar wat er kon gebeuren: in mei 1818 treedt Antje Gerkes Lijfering, 23 jaar oud, in het huwelijk met haar achteroom Pieter, die 29 jaar ouder is. In februari 1819 krijgt ze van hem een dochtertje, Elline, dat maar drie jaar oud zal worden. Of het het noodlot is of niet, we kunnen het niet weten. Maar een half jaar na de geboorte van het kind overlijdt de heelmeester van Zuidhorn op 53-jarige leeftijd. Zijn nog jonge vrouw laat hij geld, land, een huis aan de Nieuwstraat en een ingang bij de hogere kringen na.

Bezit is goed, relaties zijn beter. Amper twee jaar later slaat Antje opnieuw een arts aan de haak. Hij is iets jonger dan zij, én hij is de tweede zoon van een Friese arts / landbouwer met flinke bezittingen en een chique vrouw. Met deze Gerrit Posthumus junior krijgt Antje in tien jaar tijd nog eens vijf kinderen. Maar dan sterft ook hij, op dinsdag den twaalfden April dezes jaars (1831) des avonds te vijf uren in behuizing 103, staande aan de nieuwe straat te Zuidhorn. Daarmee is de dochter van de dagloner op haar 36e voor de tweede maal weduwe geworden, en voor de tweede maal erfgenaam van een aanzienlijk fortuin. 

Over het vervolg van het verhaal is vaker geschreven: zij is de rijke weduwe Posthumus die met drie van haar haar ongehuwde kinderen steeds teruggetrokkener leeft in wat nu Het Huis met de Leeuwen heet – het Rijksmonument op Nieuwstraat 6. Ze verzamelen daar kunst en kitsch, investeren hun kapitaal in landerijen en in huizen en laten die door Duitse stukadoors allemaal wit kalken. Die houding en dat excentrieke gedrag zou de nieuwsgierigheid van de dorpelingen hebben gevoed. Het zou me niet verbazen als ook de herkomst van het geld en de afkomst van Antje aanleiding hebben gegeven tot afgunst, roddel en kwaadsprekerij.

Ook de nasleep van het verhaal is bekend, maar maakt de cirkel hier mooi rond. Na de dood van Bieuwina Posthumus (1831 – 1913), de jongste dochter van de dienstmeid-dame, gaat namelijk een groot deel van haar bezit in 1914 over naar de oude huisknecht Jogchum Offeringa (Zuidhorn 1843 – 1923), zoon van een straatarme timmerman aan het Kerkepad. Die laat het op zijn beurt na aan zijn knecht, de boerenzoon Hemke Scheeringa (Sebaldeburen 1885 – Zuidhorn 1952). Ook die twee mannen worden zo van een dubbeltje een beetje een kwartje – wat ook in de 20e eeuw dus nog lang bijzonder is gebleven. 

Alderik Visser

Zuidhorn, september 2020

 

Addendum 

Genealogische data van de personen die voorkomen in het artikel: wie voor een dubbeltje geboren wordt .., 

De DTB van Zuidhorn zijn inmiddels gedigitaliseerd en te raadplegen via allegroningers.nl; de begraafboeken ontbreken echter - ook bij FamilySearch.org - waardoor het gissen blijft naar overlijdens van vóór 1811. 


Gerke Alberts Lijfering (1773 – 1851)

Gedoopt te Noordhorn op 12 december 1773 als zoon van Albert Harmannus uit Tolbert en Antie Gerkes uit Noordhorn; Harmannus of Harmannes neemt de naam Liefring of Lijfering aan

Op 22 februari 1795 te Zuidhorn gehuwd met Bieuwke Gerrits Nanninga (zie: Nanninga)

Kinderen:

  1.         Antje Gerkes, gedoopt tussen 14 mei en 16 augustus 1795, overleden 1832 (zie: Posthumus)
  2.         Diewerke (Dietje) Gerkes, geboren 2 april, gedoopt 15 april 1798, overleden 15 november 1825 te Zoutkamp, gemeente Ulrum; dienstmeid; schippersvrouw
  3.         Fopke Gerkes (I), geboren 23 maart, gedoopt 6 april 1800, overleden vóór december 1806
  4.         Fopke Gerkes (II), geboren 13 december 1806, gedoopt 4 januari 1807, overleden 9 november 1904 te Zuidhorn, arbeidster

 

Gerrijt (Gerrit) Tammes Nanninga, schoolmeester te Tjamsweer en Zuidhorn (1715 - ?1790)

Gedoopt op 29 november 1715 te Garsthuizen als zoon van Peter (Pieter) Nannenga (?1689 - ?1760), schoolmeester te Garsthuizen en Zuidhorn, en Sybelke (Sijbeltje) Gerryts (Gerrits);

wordt op 29 maart 1739 lidmaat van de Hervormde Kerk te Zuidhorn

Op 18 juni 1747 te Zuidhorn en Tjamsweer gehuwd met Margaret(h)a Wijbrands Questius, (Zuidhorn, 13 oktober 1726 - ? vóór 1756); zij is dochter van de jurist Mr. Wybrandus Questius (Leeuwarden, 1699 - ?) en Wijpke Mentes uit Faan

Kinderen:

  1. Pieter, gedoopt 15 juli 1747 te Tjamsweer, overleden vóór 1752
  2. Wijbina, gedoopt 21 september 1751 te Tjamsweer – overleden?
  3. Pieter, gedoopt 3 januari 1752 te Tjamsweer – overleden?
  4. Wijbrandina, gedoopt 20 mei 1753 – overleden? 

Op 30 november 1755 te Tjamsweer gehuwd met Dewertjen (Diewerke, Dieuwertje) Jans, gedoopt op 2 februari 1727 te Delfzijl als dochter van Jan Tammes (snikvaarder) en Bieuke (Bijwke) Jakobs (Huwelijkscontract Oosterwijtwerd 5 november 1755)

Kinderen:

  1. Jan Tammes, gedoopt op 7 maart 1756 te Tjamsweer, overleden 4 juli 1824 te Winschoten
  2. nn, gedoopt op 24 april 1757 te Tjamsweer
  3. nn, gedoopt op 30 april 1758 te Tjamsweer
  4. nn, gedoopt op 23 september 1760 te Tjamsweer
  5. Gerrit Tammes (I), gedoopt op 29 maart 1761 te Zuidhorn, overleden vóór 1765
  6. Bieuwke, gedoopt op 9 mei 1762 te Zuidhorn, overleden vóór 1766
  7. Peterke, gedoopt op 9 mei 1762 te Zuidhorn, overleden?
  8. Gerrit Tammes (II), gedoopt op 20 januari 1765 te Zuidhorn, overleden vóór 1767
  9. Bijwke, gedoopt op 30 maart 1766 te Zuidhorn, overleden op 25 juni 1832 te Zuidhorn (zie: Lijfering)
  10. Gerrit Tammes (III), gedoopt op 26 april 1767 te Zuidhorn, overleden vóór 1769
  11. Gerrit Tammes (IV), gedoopt op 30 april 1769 te Zuidhorn, gehuwd te Zuidhorn 1794, overleden?


Pieter Nanninga, barbier en chirurgijn te Zuidhorn (1717 - ?1790)

Op 30 januari 1717 gedoopt te Zuidhorn als kind van Meester P. Nanninga (moeder niet vermeld, maar het is Sijbeltje Gerrits)[v]; wordt in 14 september 1775, dus op zijn 58e lidmaat van de Hervormde Kerk. 

Op 19 november 1747 te Zuidhorn gehuwd met Aaltje Hanssen uit Wehe (geen gegevens)

Kinderen

  1. Sibelina (Sijbelina, Sibillina, Sibelijna), gedoopt 16 februari 1749 te Zuidhorn, vermoedelijk overleden te Warfhuizen tussen 1787 en 1788
  2. Hans Hindrik I, gedoopt 15 mei 1751 te Zuidhorn, overleden vóór 1756
  3. Tjeetske I, gedoopt 16 juli 1752 te Zuidhorn, overleden vóor 1759
  4. Gerhardus, gedoopt 9 september 1753 te Zuidhorn, begraven 26 november 1807 te Maarslag; huwt 1787 met zijn nicht Hilledina Nanninga
  5. Grietje, gedoopt 6 juli 1755 te Zuidhorn, overleden ná 1792, vermoedelijk te Winsum als Grietje Pieters Martini
  6. Hans Hindrik II, gedoopt 24 oktober 1756 te Zuidhorn, overleden?
  7. Aavke, gedoopt 5 februari 1758 te Zuidhorn, overleden?
  8. Tjeetske (Tjetske) II, gedoopt 29 juli 1759 te Zuidhorn, begraven (met haar dochter) in februari 1787 te Maarslag

Op 4 april 1765 gehuwd met zijn dienster Eltje(n) Berends (Beerents) uit Zuidhorn, dochter van Berent Jans en Souke Gerrits (geen nadere gegevens) 

Kinderen:

  1. Pieter, gedoopt op 15 september 1765, overleden 1 augustus 1819 te Zuidhorn (zie hieronder)
  2. Aaltje, gedoopt 25 januari 1767, overleden ná 1791 (huwelijk)
  3. Berend, gedoopt 29 februari 1769, overleden?
  4. Lolke, 8 augustus 1771, overleden?
  5. Jakob Jans, geboren 8 januari, gedoopt 14 januari 1776, overleden 30 augustus 1813 te Zuidhorn
  6. Hindrikus, gedoopt 5 maart 1778, overleden 25 februari 1839 te Zuidhorn
  7. Louke, gedoopt 13 juli 1781 te Zuidhorn, overleden?

 

Nota Bene:

Broers Gerrit en Pieter Nanninga hebben in ieder geval nog een broer en een zus

·        Gerhardus, gedoopt 10 maart 1718 te Zuidhorn, overleden tussen januari en februari 1787; schoolmeester en organist te Middelstum

·        Grietje, gedoopt 5 juni 1719 te Zuidhorn, overleden na 1787


Pieter Nanninga jr. (1765- 1819), arts te Winsum en Zuidhorn 

gedoopt op 15 september 1765 te Zuidhorn

op 10 maart 1790 te Warffum een huwelijkscontract gesloten met Aaltje Jacobs (huwelijksakte niet beschikbaar?)

kinderen:

  1. Margrieta, geboren 23 september, gedoopt 2 oktober 1791 te Winsum, overleden?
  2. Jakob, geboren 26 januari, gedoopt 7 april 1793 te Winsum, overleden ?
  3. Cornelsche, gedoopt 1 september 1799 te Warffum. overleden? 
Op 27 mei 1818 gehuwd met Antje Gerkes Lijfering (zie: Lijfering)

kind:

    Elline, geboren 16 februari 1819 te Zuidhorn, overleden 20 februari 1822 aldaar


Gerrit Gerrits Posthumus, arts / landbouwer (ook bekend als Gerardus)

Geboren te Surhuisterveen rond 1759 (niet gedoopt) als zoon van Gerrit Reimers Posthumus en Sijtske Klaassens;  overleden te Oldehove op 27 juli 1827

Op 3 mei 1789 gehuwd met Antje Johannes Siccama; geboren te Burum 1767 als dochter van Johannes Elzes Siccama, (belasting)ontvanger, overleden 15 januari 1848 te Oldehove. 

Kinderen:

  1.         Janke Gerrits, geboren te Zuidhorn op 6 oktober 1791, overleden 7 juli 1826 te Den Ham
  2.         Johannes Elzes, gedoopt te Burum op 26 maart 1793, overleden 29 maart 1880 te Aduard
  3.         Gerrit, gedoopt te Burum op 16 april 1794, overleden 12 april 1831 te Zuidhorn
  4.         Sytske I, gedoopt te Burum op 12 maart 1797, overleden vóór 1798
  5.         Sytske II, gedoopt te Burum op 13 november 1798, overleden op 10 augustus 1848 te Noordhorn
  6.         Sybrigje, geboren op 8 juli, gedoopt op 14 juli 1801 te Burum, overleden 17 november 1874 te Aduard
  7.         Gerhardina Bouwina, geboren op 15 januari, gedoopt op 4 februari 1804 Lutjegast, overleden 15 april 1874 te Aduard
  8.         Sjouktie, geboren 11 april, gedoopt 20 april 1806 te Niezijl, overleden 7 februari 1807 aldaar
  9.         Anna, geboren 22 augustus 1807, gedoopt 13 september te Oldehove, overleden 27 november 1831 te Oldehove
  10.         Rimérius, geboren 19 september, gedoopt 23 september te Oldehove, overleden 29 mei 1873 te Zuidhorn

Gerrit Posthumus (1794 – 1831), arts te Zuidhorn

Op 16 februari 1821 te Zuidhorn gehuwd met Antje Gerkes Lijfering (1795 – 1882)

Kinderen:

  1.         Antje, geboren 30 augustus 1821, overleden 28 maart 1902 te Zuidhorn
  2.         Elline, geboren 14 augustus 1823, overleden 1 juli 1841 te Zuidhorn
  3.         Gerrit, geboren 24 maart 1826, overleden 24 november 1860, te Zuidhorn, arts
  4.         Gerhard, geboren 6 juli 1828, overleden 3 februari 1902 te Zuidhorn
  5.         Bieuwina, geboren 9 december 1830, 27 augustus 1913 te Zuidhorn






[i] Het doopregister vermeldt noch de doopdatum, noch de geboortedatum, maar het is tussen 14 mei en 16 augustus 1795

[ii] Moeder wordt in 1766 gedoopt als Bijwke, de spelling van haar naam varieert: Biewke, Bieuwke, Dieuwke. Ze wordt in 1806, dus op haar 40, lidmaat van de kerk.

[iii] Gerrit Nanninga, schoolmeester te Zuidhorn van 1760 – 1790; zoon van Pieter Nanninga, eveneens schoolmeester te Zuidhorn van 1716 – 1760. Zoon Gerrit Nanninga krijgt tenminste vijftien kinderen bij twee echtgenotes, waarvan er waarschijnlijk maar drie volwassen worden. Zijn broer Pieter, arts te Zuidhorn, krijgt eveneens bij twee vrouwen vijftien kinderen, van wie er waarschijnlijk zeven volwassen worden. Zij hebben tenminste nog een broer, Gerhardus nanninga, schoolmeester te Middelstum, en een zus, Grietje Nanninga.

[iv] Na het overlijden van zijn eerste vrouw Aaltje Hanssen uit Wehe, huwt doctor Pieter Nanninga sr. zelf ook zijn dienstmeid Eltje Berents.. Pieter jr. is het oudste kind van zijn tweede vrouw, en op het moment van overlijden ook het oudste overlevende kind.

[v] Vgl. lidmaten kerkelijke Gemeente Zuidhorn. inv. nr. 1, Kerkenboek 2 fol. 98 ev. http://www.lidmatengroningen.nl/Zuidhorn.htm#1739m

zondag 19 april 2020

#Homeschooling 2020 deel 2: taboes



Na de eerste week in lockdown en gedwongen homeschooling schreef ik daar een blogje over. Ik nam me voor om dat vaker te doen, maar ik deed het niet. Wat heb ik te melden over een situatie waar miljoenen ouders en kinderen in verkeren? Bovendien was m’n enthousiasme over het homeschool-gebeuren na een week of wat wel aardig weg – ook dat zal veel mensen niet zo vreemd voorkomen… Na 5 of 6 weken (ik ben de tel kwijt) valt me evengoed een aantal dingen op. Dingen waar het in de berichtgeving en op de social media naar mijn gevoel niet gaat. Zijn ze taboe? En mogen we die ook doorbreken?


verschillen

Aan het einde van m’n vorige blog stelde ik dat de homeschool-situatie de kloof tussen kinderen van hoog- en laagopgeleiden nog eens extra zou verdiepen. Daar ging het de afgelopen weken – terecht – heel veel over. Daarnaast was er – even terecht – veel lof voor de digitale revolutie die scholen in een paar dagen, een flinke week wisten te bewerkstelligen. De suggestie is of lijkt nu dat álle scholen dat digitale  inmiddels wel een beetje op de rit hebben, en dat er – gegeven de omstandigheden – het best mogelijke wordt gedaan. Ik kan dat niet ontkennen, maar ook niet volmondig bevestigen: ik vermoed dat het sommige scholen stukken beter lukt dan anderen. En dat ook dát bijdraagt aan de verschillen die er tussen kinderen ontstaan.

scholen A en B

Mijn meest directe waarnemingen betreffen de scholen van mijn pleegkinderen. School A hing in week 1 een aantal oefeningen in de ELO – woordenschat, staal en rekenen – met de mededeling dat de kinderen de komende weken alleen maar zouden oefenen. Na enig vragen en duwen hebben we inmiddels wat hand- en werkboeken gekregen – geschiedenis, aardrijkskunde en Engels, en rekenen en taal natuurlijk – en toegang tot wat andere sites. Daar zijn we al deze weken – naar eigen inzicht – met een weerbarstige pre-puber mee aan de slag. Er is geen rooster, er zijn geen instructies, er is geen videocontact tussen leerlingen en leerkrachten. Een keer per week een mailtje of een belletje met de ouders, en dat was het wel.


School B doet het anders. Op dinsdag halen we op school werkboeken en instructiebladen op. Op vrijdag leveren we die ook live weer in. Op maandag mogen de kinderen ‘herhalen’, en dat wil zeggen: rondhangen in digitale leeromgevingen. Wel is er sinds twee weken een nieuwe meester die enthousiast werk is gaan maken van uitlegvideo’s. Deze week was er bij wijze van experiment een bijeenkomst in teams – die gierend uit de hand liep. Volgende week probeert hij het nog een keer, en dan misschien wel met een opdracht of een les. Mogelijk weet hij niet dat vrijwel  alle jongetjes in zijn klas de principes van online-lesgeven kennen, doordat vrijwilligers van de Scouting al sinds week 2 (!) van de lockdown gestructureerde opkomsten houden via Zoom…

context

Elke school heeft een eigen context en een eigen leerproces. School A is er een voor so met een verwaterd antroposofisch verleden. Zij hebben andere issues – kinderen in echt moeilijke situaties, bijvoorbeeld – en differentiëren bewust in de aandacht-op-afstand. School B is een reguliere basisschool die moeilijke tijden doormaakt,  met o.a. veel wisselingen van personeel en directie. Ik neem ze niks kwalijk en zeker niet de maat. Maar ik stel wel vast dat de aanpakken heel verschillend zijn, en dat de kwaliteit en de effectiviteit van de inspanningen verschillen. Wel zijn ze allebei sterk afhankelijk van de begeleidende ouders thuis – het verschil dat juist de school zou moeten opheffen.

n = 2, Dus kan ik niks over het geheel van het land zeggen, maar ik ga er van uit dat deze en vergelijkbare  verschillen zich op meer plekken voordoen. En dat het in brugklassen volgend jaar dus niet alleen gaat uitmaken of er wel of geen laptops en geletterde ouders in huis waren, maar ook hoe basisscholen de uitdagingen van deze tijd hebben opgepakt.

rapport



De Onderwijsraad kwam deze week met een rapport met ideeën voor de nabije toekomst. Ik vond daar zinnige dingen in staan over kwetsbare kinderen en duurzame ondersteuning van het afstandsonderwijs, maar op de social media ontplofte de onderwijs-community. Het (voorzichtige, mogelijke) idee om de zomervakantie naar voren te halen zou het werk dat docenten, leerlingen en ouders nu leveren miskennen. In die gevallen waar docenten en leerlingen inderdaad onder moeilijke omstandigheden (veel te) hard werken snap ik dat sentiment. Maar ik weet niet zeker of dat wat sommige docenten en leerlingen in het vo inderdaad aan afstandsonderwijs doen, overal de standaard is. Het gaat anders in het po, het vmbo, het mbo, het hbo en ook hier: scholen verschillen...


Wat het vo betreft: op sommige scholen krijgen examenleerlingen regelmatig tutorials. Op andere krijgen ze de algemene instructie om gewoon zelfstandig ‘de stof’ door te nemen. Op sommige scholen gaan docenten in het gebruikelijke tempo met hun lessen door, zetten er qua efficiëntie zelfs een tandje bij. Anderen schroeven het tempo juist terug en prioriteren in leerdoelen. Sommige mentoren houden van begin af aan de vinger aan de pols bij alle leerlingen. Anderen deden er een paar weken over om überhaupt contact te leggen (seriously). Er is – terecht – veel ophef over leerlingen die ‘van de radar’ zijn, onvindbaar voor de school. Maar er zijn ook docenten die al paar weken geen noemenswaardig werk meer doen en – no kiddin - zelfs docenten die van de radar verdwenen zijn.

pech

Anekdotes zeggen niks, en mijn lockdown-waarneming is zeer zeker beperkt en gekleurd. Maar ook in corona-tijden valt me op dat de verschillen tussen scholen in Nederland heel wezenlijk zijn. En dat het krijgen van goede begeleiding bij het leren thuis voor leerlingen en ouders niet alleen een kwestie is van opleiding, van rust en ruimte en van hardware, maar in gegeven gevallen domweg een kwestie is van geluk of pech. Dat is geen verwijt, gericht aan niemand: vrijwel iedereen maakt er in deze rare tijden het beste van. Maar beyond de reële of vermeende ‘leerachterstanden’ krijgen sommige kinderen van institutionele zijde meer aandacht, begeleiding en zorg dan andere. Dat is een realiteit waar ouders en leerlingen nu, en scholen ook straks mee te maken zullen hebben.


Alderik (namens zichzelf)