Posts tonen met het label meningsvorming. Alle posts tonen
Posts tonen met het label meningsvorming. Alle posts tonen

woensdag 18 mei 2016

Beleefwereld


begrip en/of de digitale wereld




Iets meer dan honderd jaar geleden kwam er een nieuwe common sense: onderwijs moet aansluiten bij de belevingswereld van kinderen. Sinds die tijd zeggen we dat de reformpedagogen van die tijd – Ligthart, Montessori, Steiner, Freinet, noem maar op, braaf na. Maar bedoelen we daar nog steeds hetzelfde mee? Toentertijd ging het (ook) om het verwerken van nieuwe (quasi-)wetenschappelijke inzichten. Het heeft geen zin om hen leerstof aan te bieden waarvoor ze nog niet in het juiste ontwikkelingspsychologische stadium zitten (Stanley Hall, Freud, later Piaget), de juiste 'gevoelige periode' zich aandient (Montessori), of het gepaste evolutionair-spirituele lichaam zich heeft gevormd (Steiner). Al deze theorieën zijn inmiddels al lang en breed gefalsifieerd, maar daar gaat het hier niet om. Het adagium om op school aan te sluiten bij de belevingswereld had een bepaalde context, namelijk die van de cognitieve en emotionele ontwikkeling van kinderen en jongeren.
Ook nu nog hoor je vaak dat we dat moeten doen: aansluiten bij de belevingswereld van kinderen en jongeren. Vooral bij lerarenopleiders en in kringen van mensen die zich professioneel bezighouden met ICT en social media in de klas is dat een soort van mantra geworden. Ergens in de vertaling van theorie naar praktijk lijkt er echter wat mis te gaan. Waar men tegenwoordig belevingswereld zegt wordt er vaak leefwereld bedoeld, en gaat het dus niet om leerpsychologie, maar om cultuur / economie. Om weer leuk en motiverend en up to date te zijn moet onderwijs aansluiting vinden op de leefwereld van jongeren. En dus integreren we pakweg alles wat jongeren doen en prettig vinden in onze lessen: internet, mobieltjes, rap, straattaal, hupsakee. Gewoon omdat het kan, omdat we denken dat het aansluit. Maar willen we dat wel echt?? Willen we echt deel uitmaken van de moderne leefwereld, die ook een beleefwereld is, gericht op kwantiteit, op snelheid en intensiteit van ervaringen en interacties?


Collega @vdijkmichelle hield laatst een betoog om mobieltjes radicaal uit school te bannen. Ik werkte tot voor kort op dezelfde school als Michelle en begrijp haar punt volledig. Weg met al die onrust, weg met dat gedoe! In een onbewaakt moment wil ik zelfs nog wel verder gaan: weg met internet, met sociale media, met alle snelheid uit het schoolgebouw!
Op school gaat het om het construeren van kennis. Kennis is een gerechtvaardigde ware overtuiging. Het rechtvaardigen van die overtuigingen vergt studie, een liefst gezamenlijk vroeden en vorsen. Daar is tijd voor nodig, aandacht, verlangzaming. Internet, echter, biedt een illusie van kennis, een illusie ook van onmiddellijkheid die haaks staat op dat vorsen, die studie, de tijd die nodig is om tot rijpe oordelen te komen. Weg met alle machinerie!


Captain Ludd - de mythische aanvoerder van de Luddites




Ik wil niet voor ouderwets worden versleten, voor een brommerige neoluddiet. Want ja, ik weet ook dat het goed zou zijn kinderen juist op school te trainen in wat niet vanzelf gaat: kritische mediawijsheid en zo, hogere denkvaardigheden, juist om tot geldige kennisconstructie te komen. Maar ook die kritische internet-vaardigheden, die meta-sociale-media-kunde en zeker ook dat kritische denken vragen om verlangzaming, om stilstand, om tijd. Wat zeggen media x, y en z over maatschappelijk fenomeen a? Waarom zeggen ze dat en waarom zeggen ze dat zo en niet anders? Hoe komt het dat leerlingen b, c en d andere resultaten krijgen als ze hetzelfde in d zelfde zoekmachine intypen en wat zegt de werking van google-algoritmen over de betrouwbaarheid van informatie per se? Tegenover een ban van alle computers en telefoontjes op school – een radicale, maar aanlokkelijke optie – staat tenminste drie uur kritische mediawijsheid per week, zo niet per dag…
Met of zonder zulk aanbod zwelgen jongeren hoe dan ook in social media. En worden zij daarin en daardoor steeds meer bevestigd in wat ze – op dit moment van hun ontwikkeling – toch al denken en voelen en hopen. Het probleem van moderne media is niet alleen dat ze zoveel aandacht eisen en stress veroorzaken, het probleem is ook dat ze de werkelijkheid volkomen fragmenteren. Rondom radicalisering en polarisering maken docenten zich druk over de invloed van samenzweringstheorieën op jongeren - en terecht. Met gezond verstand zijn die heel gemakkelijk te weerspreken, maar juist dat, helaas, is op de moderne media dun gezaaid. En dus telen de Illuminati, de Joden, de vrijmetselaars als geheime wereldheersers nog altijd en wederom welig op menig website, en is de school, lijken docenten nauwelijks bij machte dat idiote tij te keren. Kennis? Informatie? Het internet maakt dat kinderen en hun leraren die twee structureel met elkaar verwarren, en geen flauw benul meer hebben wat er waar en/of waardevol is.
Ik zou er daarom niet van opkijken wanneer sommige schoolleiders de kont tegen de krib gooien: school, dat is de vrije studie, en dat gaat om verlangzaming: de menselijke ervaring zoals geschiedenis, literatuur, kunst, de wetten van Newton ons die hebben overgeleverd. Ik kan me ook voorstellen dat anderen doorgaan op ingeslagen wegen, met meer devices om kinderen en docenten op de huidige tijd aan te sluiten; om maatwerk en individualisering mogelijk te maken. Dat kan en dat mag, vanzelfsprekend. De cruciale vraag is en blijft echter: sluiten we daarmee echt aan bij de psychologische belevingswereld van jongeren – dat wat ze voor hun cognitieve, sociale en emotionele ontwikkeling nodig hebben en aan kunnen -  of proberen we hun beleefwereld te kopieren, met al haar hectiek en hijgerigheid?

zondag 15 november 2015

wenken voor maandag - terreur en de school

Blog 

Weer zijn er aanslagen. Weer is er de angst, de verbijstering, de onzekerheid. Ontstellend genoeg herhaalt de geschiedenis zich en deze zal zich blijven herhalen. En onvermijdelijk gaan de gedachten uit naar de leerlingen die  maandag weer in de les zullen verschijnen. Hoe ga ik erover in gesprek? 

Naar aanleiding van de aanslagen op het satirische blad Charlie Hebdo vulden afgelopen winter ruim 500 onderwijzers  een vragenlijst in over het omgaan met aangrijpende nieuwsbeelden en –feiten in hun lessen. Op basis van hun antwoorden publiceerden wij dit artikel op Didactief Onine. In het artikel analyseerden we achteraf hoe er in de klas was omgegaan met deze gebeurtenissen. Na de nieuwe gruwelijke aanslagen in Parijs van afgelopen vrijdag willen we op basis van de antwoorden die door deze grote groep onderwijzers  een aantal praktische aanbevelingen formuleren voor de start van een nieuwe schoolweek.    

                                                                                                 
Dat je de aanslagen en hun impact bespreekt in je les, staat voor het merendeel van de onderwijzers die onze vragenlijst invulden buiten kijf.  De manier waarop zij bespreken loopt behoorlijk uiteen en varieert van een individuele werkvorm tot het voeren van een socratisch gesprek. Sommigen geven duidelijk hun eigen visie op de zaken in de klas. Anderen laten vooral veel 'uit de leerlingen zelf' komen en geven aan dat ze zulke open gesprekken het liefst niet willen sturen. Dat klinkt heel democratisch maar wat we óók proeven is dat het sommigen - ook de meer ervaren leraren - ontbreekt aan richtlijnen of kaders om een ‘gevoelig’ gesprek pedagogisch vorm te geven.


Dat blijkt ook uit meerdere andere reacties van onderwijzers. Zij geven aan dat zij sturing en ondersteuning van schoolleiders hebben gemist. Met het oog de op de nieuwe schoolweek willen we jullie de adviezen meegeven die onderwijzers destijds aan andere onderwijzers en aan schoolleiders hebben gegeven.

Onderwijspedagoog Gert Biesta laat desgevraagd weten dat juist op deze momenten de uitdagingen voor het onderwijs in deze tijd zichtbaar worden:

“We moeten de basics van het onderwijs anders definiëren. Niet in termen van de economie, maar in termen van democratie, ecologie en zorg. Met een appel op ons volwassen in de wereld zijn. Dat wil zeggen, een in de wereld zijn waarin we niet voortdurend onze eigen verlangens achterna lopen maar die altijd in het licht van de ander en het andere plaatsen. De aanslagen in Parijs laten voor mij nogmaals zien dat hier de echte uitdagingen voor het onderwijs liggen.“

Wenken 


Praten helpt
Ook als het moeilijk lijkt, praten over heftig nieuws is beter dan het dood te zwijgen. Het maakt niet eens zo veel uit hoe je het doet, het bespreekbaar maken zelf kan voor leerlingen al een opluchting zijn. Laat het aan de groep of het gesprek lang duurt of kort, maar plan wel tevoren een flinke tijd in...


Informatie
Ga er niet van uit dat leerlingen weten wat er is gebeurd. Dat is niet per se het geval. Sommige leerlingen weten niets, anderen hebben de bekende klok wel horen luiden en / of hebben verkeerde beelden van de gebeurtenissen. Ruim dus tijd in voor een feitelijke uitleg en bereid dat ook goed voor.

‘Slechts een enkele leerling wist wat er gebeurd was, maar men was zeer geïnteresseerd daarna en ik heb er bijna de hele les hierover gesproken. Alle aandacht op het laatste uur van de week en niet omdat het 'geen gewone les' betekende. Serieuze bezorgdheid.’


Emoties zijn goed, feiten zijn beter
Sommige leerlingen reageren vol emotie, anderen hebben uitgesproken meningen over het gebeuren - waar vaak ook emoties achter schuil gaan. Natuurlijk is het goed leerlingen emoties en ook hun meningen te laten uiten. Daar moet tijd en ruimte voor zijn. Maar emoties en ook meningen zijn niet per se goed of juist: soms zijn ze gebaseerd op misconcepties en op feitelijke onjuistheden. Feiten helpen dus ook om emoties, zoals angst, haat, jaloezie, enz. weg te nemen.

‘Toen een jongetje zei dat hij de daders wel begreep reageerde zijn klasgenoten al dusdanig dat hij eigenlijk gelijk nuanceerde wat hij zei. Verder greep ik vaak in om onbewust niet goed gekozen woorden even te veranderen voor ze. Een Islamiet is niet hetzelfde als een extremist. Moet je nagaan hoeveel er per ongeluk verkeerd wordt geïnterpreteerd als je het er dus niet over hebt.’




Niet veroordelen, maar helpen oordelen ...
Soms zeggen kinderen onhandige, ondoordachte dingen, soms ook lijken ze heel zelfbewust, uitgesproken en zelfs ‘radicaal’. Probeer zulke leerlingen en hun uitspraken niet direct te veroordelen: de kinderen hebben het niet zelf bedacht..  Probeer hen en de klas wel te helpen door zulke meningen (over de islam, over het Westen, over Joden, enz.) te onderzoeken op feiten, interpretaties, (voor)oordelen, verschillende perspectieven. Vaak betekent dat ook dat je woorden onderzoekt op hun betekenissen en hun ‘lading’.  Het voeren van zo’n socratisch gesprek is een kunst op zich, maar in een veilige groep kan elke docent het zeker rudimentair vormgeven (zie bijv: kinderfilosofie.nl).


‘Leerlingen met een uitgesproken mening kwamen zelf tot de conclusie dat ze eigenlijk te weinig kennis hadden om een gefundeerde mening te hebben. Zij kwamen tot deze conclusie door feitelijke kennis met elkaar te delen in plaats van zich te baseren op vooroordelen en aannames. Een andere positieve ervaring had ik met een leerling die na de les mij op de gang aansprak en aangaf dat zij eigenlijk nog niet klaar was met het onderwerp. Ze wilde het gesprek graag persoonlijk verder voortzetten. Blijkbaar gaf het behandelen in de les voldoende aanleiding om persoonlijke aannames verder te onderzoeken. Dit getuigt in mijn ogen van een hoge mate van reflectie en lerende houding van de leerling. In mijn ogen is dat waar onderwijs om draait.’


… maar wel binnen heldere kaders
Het voeren van een ‘open dialoog’  is goed, maar kent ook grenzen: intolerante, haatdragende, gewelddadige, radicale opvattingen, en ook samenzweringstheorieen moeten uiteindelijk wel actief weersproken worden. Op veel bijzondere scholen schept de signatuur een helder kader waarbinnen grenzen kunnen worden aangegeven, namelijk de waarden van het geloof. Openbare scholen hebben zo’n vanzelfsprekend moreel kader vaak niet maar kunnen rond begrippen van humaniteit, vredelievendheid, rechtsstatelijkheid, enz. zeker een helder verhaal vertellen. Dat moeten zij en hun leraren dus niet nalaten te doen.


Persoon, team en leider
Het werkt om een gesprek als dit nadrukkelijk vanuit de eigen visie en/of emotie aan te gaan: een lied, een gedicht, een gebed, een eigen kijk. Daarmee stel je als docent direct een kader, maar laat je ook jezelf en je betrokkenheid zien. Na Charlie gaven veel docenten aan het gesprek met collega’s te missen: wat doe jij in de les, hoe ga jij er mee om. Zulke  gesprekken zijn goed en belangrijk. Schoolleiders kunnen teams stimuleren dit gesprek nadrukkelijk aan te gaan, of zulke gesprekken organiseren. Het is goed als zij of hij op enig moment ook nog eens duidelijk onderstreept waar de school voor staat, en wat dus het normatieve kader van de gesprekken is.


In overleg met Het ABC | Virtuoos in Onderwijs,


Alderik Visser, docent Geschiedenis Thorbecke VO (Openbaar)
Henk ter Haar, docent Nederlands Scholengemeenschap Guido de Brès (PC)



Nagekomen:
Links naar andere sites / blog / informatie over 'Parijs'  in de klas